Religie? Man, alles is religie

Neem nu Griekenland. Het woord waar we al weer sinds een jaar slapeloze nachten van hebben. Politici maken zich dik en druk, vliegen heen-en-weer, net als hun beschuldigingen. “Wij”, nee: “jullie”. Wij doen het economisch goed. Sowieso doen wij het goed. Jullie niet.

Griekenland is een afspraak. Een vondst uit de negentiende eeuw. Net als “Duitsland”, “Nederland”, “Frankrijk”.

In 1829 onttrok Griekenland zich aan de Turkse overheid. Niet geheel toevallig juist tóen. Het waren de jaren van de romantiek. Er moest zoiets bestaan, dacht men, als een ‘volksgeest’. En die moest omtuind door eigen grenzen, vond men. Daar nog een eigen monarch bij. En een eigen geschiedenis, waar je trots op kunt terugkijken. En het plaatje was compleet: één volk, één land, één regering, één cultuur. Overal op de Griekse archipel werden weer Hera’s geboren, en Helena’s en Arthexerxessen. De Grieks-sprekende moslims werden de Middellandse Zee overgejaagd. Het romantische plaatje moet niet verstoord worden, ej.

Een zeventiende-eeuwer zou er van opgekeken hebben. Ik sla honderd jaar over, inderdaad. De achttiende eeuw begon al voorzichtig met ‘volksaard’ enzo, dus vandaar. Het moet hier niet àl te genuanceerd worden. Je had een landsheer, dacht de zeventiende-eeuwer. Daar merkte je wat van, als er belastingen geïnd moesten worden. Of als er recruten nodig waren voor een oorlog. Maar verder? Je was bewoner van je stad, je dorp, je vlek, je modderpoel. Nationale trots? Nog nooit van gehoord.

Griekenland bestaat, omdat we het geloven. We geloven dat de Grieken bij elkaar horen. Wij horen daar dan weer niet bij. Omdat zij de hele dag olijven en knoflook eten in de zon en wij niet? Misschien. Maar meer, doordat het gevierd wordt en wij aan dat vieren niet meedoen. De Griekse nationale dagen gelden hier niet als vrije dag. De militaire parade in Athene wordt hier niet uitgezonden. Wij steken de Griekse vlag niet uit en wij zingen het Griekse volkslied niet. Ook al klinkt dat laatste wel heel gezellig. Wij lopen ook niet in minirok de erewacht langs de Acropolis, trouwens. Zij wel.

De oude Grieken waren niet gek, toen ze zeiden dat Pallas Athene een godin was. Allereerst godin. Dan pas stad. Zij waren geen ‘mensen die het nog niet helemaal begrepen hadden’. Zij begrepen het beter dan wij: macht is macht voor zover mensen macht erkennen. Je moet er aan werken om het zo te houden. Macht groeit met de moeite die mensen zich er voor getroosten. Offer je offers op het altaar van Athene. Daar vaart de stad wel bij.

Houden mensen op zich te identificeren met, zich te binden aan – dan valt de stad uiteen.

Griekenland bestaat niet. Griekenland wordt gesmeed. In de verhalen, de symbolen, de rituelen.

Christenen uit de eerste eeuwen waren ook niet gek, trouwens, toen zíj zeiden dat je aan de staatsceremonieën niet deel moest nemen. Macht kwam alleen toe aan Christus, de pantokratoor. Macht is alleen macht voor zover het mensen dient. Zoals de God in wie zij geloofden, mensen dient.

Dat hun oproep de verhalen als verhalen te erkennen maar nooit als absolute waarheden, dat die ooit zou leiden tot een nieuw, christelijk nationalisme – Christus is de ware macht, Christus staat aan onze kant, dus wij hebben de ware macht, hoppa- dat had de eerste eeuw onmogelijk kunnen voorzien.

Religie is: het verhaal is waarheid geworden.

Wij zijn geen negentiende-eeuwers meer. Wij zouden het verhaal kunnen herschrijven, als we zouden willen. Niet langer de natiestaat doorvertellen, maar iets nieuws: dat er een wij, en enkel een wij bestaat. Een verhaal van ‘één mensenfamilie’, waartoe wij allen behoren. Ophouden met ‘het is hun probleem’ Het is òns probleem. Als het een probleem is. Want: geld? Bestaat geld?

Eén aarde, één mensenfamilie. Al het andere is van ondergeschikt belang.

Blijf ik wel Grieks eten. Dat dan weer wel.

 

Advertenties