Sint Nicolaas en Christus

Vaak wordt hij aan de heidense goden gelinkt. Daar zijn zijn attributen schuldig aan: zijn witte paard, zijn kunst om over daken te galopperen, zijn zwarte knecht en ook de afgeschafte parafernalia: de roe en de zak. Thor en Wodan verstonden de kunsten van door de luchten rijden ook, en ook zij gingen gepaard met zwarte gedaantes om hen heen. En: ja, ook zij verschenen vooral in de winter.

sinterklaas2013 143Het is wel vaker voorgekomen, dat de in onbruik geraakte heidense verschijnselen en verhalen aan heiligen gekoppeld werden. Het lag er zomaar ongebruikt in het reservoir van de volksverbeelding, en dat was toch jammer. Dan kon je het beter een likje verf geven en gerecycled weer in gebruik nemen. Blijkbaar vond met dat de heiligheid van Nicolaas prima door deze heidense toevoegingen werd verstaan en uitgelegd.

Voor alles is Nicolaas een heilige: een getuige van de Heer. In eerdere eeuwen (Sint Nicolaas werd geboren in de derde eeuw) je alleen voor de titel “heilige” in aanmerking komen, als je omwille van je christen-zijn gedood was. In je overgave aan het leven van God weerspiegelde je Jezus de Heer. Ook Hij had zich immers overgegeven.

Toen de christenvervolgingen afnamen en er een tekort ontstond aan “echte” heiligen, werden de eisen wat bijgesteld: wie op een bijzondere wijze in zijn daden had laten zien wie de Heer is, kon heilig verklaard worden. Nou, zo rationeel ging het er niet aan toe. Maar kijk je terug, dan was dit wel zo ongeveer de regel. En voor de fijnproevers: heiligen die gedood zijn omdat zij Christus volgden, dragen in hun afbeeldingen een palmtak in de hand. Dan zie je gelijk het verschil.

Sint Nicolaas heeft die palmtak niet, zoals wij allemaal weten. Wat maakte hem dan  heilig? Waarschijnlijk niet, dat hij aanwezig was bij de vergadering die bijdroeg aan de geloofsbelijdenis van Nicea. Maar wel, doordat hij zijn geld uitdeelde. Dat is altijd een mirakel: als mensen hun geld weggeven. Hij zou in de late avond vermomd langs de huizen van de armen in zijn woonplaats zijn gegaan en zakjes geld naar binnen hebben gegooid (does it ring a bell?). Hij had drie meisjes vrijgekocht die aan een hoerenmadam doorgesluisd dreigden te worden. Hij gaf ze daarna zelfs een bruidsschat mee, zodat zij naar hun stand konden trouwen. Hij had, zo wordt verteld, drie officieren door diplomatie vrij gekregen uit krijgsgevangenschap. Dat laatste verhaal ging een heel eigen leven leiden, doordat de officieren héél klein naast hem werden afgebeeld in een toren. Mensen dachten: dat zijn vast kinderen in een ton. En daarmee was het verhaal geboren dat de Sint drie jongetjes had gered die door een kwaadaardige slager in stukken waren gehakt en in een pekelton gestopt om tot worst te worden verwerkt. De Sint wekte hen weer tot leven. Net als de Heer dat had gedaan met Lazarus.

Nicolaas moet een enorme indruk hebben gemaakt. Hij gaf aan iedereen het leven terug.

In de eeuwen daarna dreven ook elementen uit de Schriften naar hem toe: het grote boek, de uitspraken over goed en kwaad en – niet te vergeten!-  de vrijspraak. In de jaren zeventig werd dit allemaal parmantig voor de televisie overboord gegooid. Een grote vergissing lijkt mij. Sint had nog nooit een kind meegenomen naar Spanje. En al helemaal nooit tot pepernoten vermalen, zoals mijn lieve moeder mij dat voorhield. Dat zijn onze angsten. Onze angsten dat wij zullen falen, dat wij fout zijn, stout zijn, niet goed zijn. De Sint ontslaat ons van al die angsten.

En daarin lijkt hij nog het meest op de Heer.

Advertenties