Het zonnelied revisited.

Blogde ik gisteren de protestantse versie van Franciscus’ zonnelied. Ik houd wel van de melodie. Stevig. Moedig. “De paden op, de lanen in”, met frisse rode konen. De hopman gaat voorop.

Later drong het tot mij door, dat dit Gereformeerder is, dan Franciscus ooit heeft kunnen zijn. Hij was afhankelijk van zijn roeping, en van zijn roeping alleen. Er ging niemand voor hem uit. Vóór hem lag meer onzekerheid  dan duidelijkheid. Als zijn konen al gloeiden, dan van de spanning: wat moest het worden, dat nieuwe leven van hem?
Duidelijk was wat hij niet meer zou zijn: niet meer de zoon gekleed in zijde en brokaat. Niet meer de beoogde opvolger van zijn vader. Niet meer een geacht inwoner van de stad. Zijn vader had hem, na zijn ‘bevlieging’ nog een aantal dagen in een kast opgesloten. Hij dacht, dat zijn zoon gek geworden was en moest afkoelen. Naar onze 21ste-eeuwse maatstaven had hij misschien gelijk. Franciscus zelf ervoer het anders: hij was geraakt door een wezenlijk weten: wij zijn verbonden met de minsten van alle mensen.

Maar hoe dat vorm moest krijgen, dat hij met zijn lijf en leven deelgenoot van hen zou worden, dat moest gaandeweg maar blijken. Zijn musiceren bleef meer fluiten in het donker.

Waar valt dat te horen? Misschien in de versie hieronder. Mooi, hoe onder het loflied, een kyriëgebed is gemonteerd. En ja, dat Italiaans hè. Dat maakt het lied al vanzelf doorschijnender.

Advertenties