Zelfontplooiïng zonder zorgen.

We leven in een rare, harde tijd.

Ogenschijnlijk is het alles hier zelf-ontplooiing en vrijheid. Maar als dat zo is,waarom lijken we dan allemaal zo verhipte veel op elkaar? Je zou denken, dat iedereen in een andere richting ontplooit, als er vrijheid is. Maar nee. Kinderen worden in dezelfde bakfietsen (is het Boobeloo? Zoiets) naar school gereden. We drinken rosé en prosecco. Allemaal. Gojibessen zijn niet aan te slepen. En elke aankoop van een huis beginnen we steevast met de sloop van de keuken en de badkamer. Je kunt op het toilet precies zien hoeveel jaar de bewoners hier al wonen.

We hebben onszelf normen opgelegd: zo-en-zo moet het er allemaal uitzien. Peilbare, voor anderen peilbare normen die zeggen: wij voldoen. Wij kunnen het allemaal bijbenen. Wij wel.

Rosé. Tsss. Tien jaar geleden wilde je er nog niet dood mee gevonden worden. Rosé was voor versleten oma’s.

Wanneer is het begonnen? Die exposure van ons geluk en ons succes? Facebook helpt erbij. Kijk mijn kind! Kijk mijn delicious food! Kijk mij op mijn sloep ( 80.000 euro) fijn door de Leidse grachten varen!

Ik zeg er niks over. Het is heerlijk. Rosé is heerlijk. De Leidse grachten zijn heerlijk. Prima. Fine with me.

Maar ik proef ook angst. Angst achter die nieuwe keuken. Angst dat we straks ineens niet meer meetellen. Dat het ons ineens niet helemaal gelukt blijkt. Je zou maar net Snor drinken, in plaats van prosecco (of is Snor nu juist weer überhip? Je weet maar nooit). Of, o foute boel, vandaag nog vet-cool zeggen. Zóóó 2010. Je valt door de mand, voor je het weet.

En door de mand vallen….

Stel dat de anderen zouden denken, dat je zelf ook maar wat doet. Je moet er niet aan denken.

Nu zijn dit zomerdingetjes. Soit. Keukens en badkamers vind ik trouwens al van een zwaardere neurose getuigen. Maar de ratrace om de juiste-school-voor-mijn-kind, de ratrace om de-juiste-carrière-voor-mij. De juiste partner. Het juiste huis op het juiste moment. De juiste, juiste, juiste.

Geluk en succes zijn niet langer aangename bijverschijnselen van het leven. Het zijn keiharde doelen geworden. We hebben een standaard hoog te houden. Met onze vakanties. Promoties. Aantallen “likes”. We zijn geworden, denk ik wel eens, wat we doen en wat we hebben. Onze keuken is onze identiteit.

En we hebben blijkbaar slechts één kans. Eén mogelijkheid om te stralen. Verkeken is verkeken.

De moderne religie: je bent wat je hebt bereikt. Je krijgt slechts één kans.

Woef.

Zelfontplooiing zou betekenen, dat het je allemaal geen snars zou kunnen schelen. Jij ontplooit. Geen mode kan je zeggen hoe je dat moet doen. Slechts één compas zou je kunnen schelen, en dat is je binnenkant en je buitenkant. En dat die twee met elkaar zouden corresponderen. Dat ik van buiten ben waarvan mijn binnenkant zegt: “zo kun je zijn”. Zelfontplooiing is een proces. Je vouwt uit. Zoals de Teunisbloem. Blad, voor blad. En kansen? Die zijn er net zo veel, als de keren dat je opnieuw begint.

Zelfontplooiïng is geen eis. Ze is een uitnodiging. Een vriendelijke uitnodiging.

Ik lees Paulus op het moment. Een zinnetje uit de brief aan de Korintiërs blijft steeds bij mij hangen: door genade ben ik wie ik ben. Ik klop even het dogmatische gruis uit het woord “genade”. Ik denk aan de Amsterdamse Joden en hun bargoens. “Gein” zeiden zei, waar in het hebreeuws ‘chen’ staat. Genade is een grapje. Een leuk geintje.

Mijn hoofd heeft Paulus in een eigen gedachte gezet: het is grappig dat ik ben die ik ben.

Als je dat kan zeggen, is er geen angst. Je bent dicht bij jezelf. En daarmee dicht bij God.

En dan mag je er van mij best een roseetje bij drinken.

Of Snor.

Advertenties