Natuur schepping? Dacht het niet.

 

De middeleeuwer wist het wel. Schepping: dat is de kruidentuin in de kloosterhof. In het midden van de wandelgangen waarin hij bad en mediteerde, schiep de monnik een wereld van orde. Vier kwarten, naar de vier windstreken, en daarin giftige, helende, nuttige en sierlijke gewassen, planten, kruiden en groenten. Alles geordend “naar hun aard”. Alles op de juiste plek.

Buiten de kloosterhof heersten chaos, wolven, ziekten, de plotselinge dood, honger, droogte, struikrovers, brand, botbreuken, demonen. Tohuwabohu.

De gedachte dat de natuur de schepping was, kwam eeuwen na hem op. In het hoofd van de dromerige edelman die in de wouden over de bergen het maanlicht zag schijnen en zich daar heel bijzonder bij ging voelen. Die genoeg geld had om het vanuit zijn jachthuis te bekijken.

Natuurlijk: de gelovige middeleeuwer was er van overtuigd dat hemel en aarde door God in elkaar waren geknutseld. Maar dat was niet het interessante. Interessant werd het pas, als die wereld voor de mens bewoonbaar werd.

Dat is ze niet van zichzelf, bewoonbaar. Dat ligt aan ons, vederloze, klauwloze, vachtloze wezens. En aan de wereld. Die moraalloze. gewetensloze werkelijkheid. Het kan de wereld niets schelen of er mensen wonen aan de kust.Ze gooit er gedachtenloos torenhoge golven zee over heen. En luistert niet, als mensen met hun laatste adem om genade roepen.

Het kan de wereld niet schelen, of er mensen wonen op de vulcaanhelling. Ze strooit er gedachtenloos meters kokende lava overheen. En luistert niet.

Schepping is wat zó geordend wordt, dat er te leven valt. Schepping is een toneel, getimmerd van het hout uit het bos, waarop ons leven wordt gespeeld.

Vóór ons huis geselt de regen in striemen de straat, vandaag. Achter ons huis ligt een tuin, door hoge hagen omgeven. De wind is er getemperd, de regen valt er met minder venijn. Daar kunnen rozen groeien. We snoeien dagelijks, wieden, zaaien, begieteren. Eén moment van onoplettendheid en de dood treedt de hof binnen. Laat de fuchsia haar bloemen vallen. Slaat het gras bruin uit.

Schepping is: dat de chaos niet alles overneemt. Omdat er een woord werd gevonden waar je mee verder kunt. God zei. Staat er in Genesis 1.  Mensen houden zich vast aan een plan, een orde. Iemand sprak woorden die je troostten. Iemand sprak woorden die je er van langs gaven. Iemand sprak woorden die je in beweging zetten. Jij zelf sprak woorden. En daar ging je.

Schepping is: je dacht na je echtscheiding: “Ik ga me bedrinken.” En maanden later kwam je tot de ontdekking, dat je toch was gaan opruimen. Je stopte op een ochtend de lege flessen in een krat en bracht ze weg. Naar de glasbak.

Het leven nam de ondergang over.En dat is een groot wonder. De monnik bouwde niet zonder reden de wandelgangen om zijn tuin. Het wonder omgeeft alles.

Schepping is: na elke oorlog staan weer mensen op die de rommel enigszins aan kant gaan brengen. Grafen delven voor de doden. Huizen bouwen voor de overlevenden. Monnikenwerk. Maar ze doen het.

Twee weken na een verwoestende orkaan over de Filippijnen, hadden de vissers aan de kust her en der al weer onderkomens neergezet van het afvalhout en gevonden puin. Aan één van de hutjes hing een kartonnetje. “Kauwgom te koop”,  stond er op. Kauwgom!

Het is de romanticus  die de zaak ging verwarren. Hij haalde schepping en natuur door elkaar. In zijn fatale vergissing te denken dat de aarde lief, goed, zacht en aardig is. De romanticus dacht, dat de zee hem een verhaal te vertellen had. De zee zegt niets, de zee zwijgt. En zelfs dat niet. De kijker, díe vertelt het verhaal.

Schepping is mensenwerk.

 

Advertenties

John Tavener

Hij brak door met zijn  “Song for Athens”. Het werd gespeeld bij de begrafenis van Prinses Diana. Maar wat is doorbreken? In de decennia daarvoor schiep hij al een eigen Bestand:John tavener 2005.JPGuniversum. Een klankwereld die geloofde dat er een zinvolle orde zou kunnen bestaan. Hij behoorde tot dezelfde ‘school’ als Górecki en Arvo Pärt. Zij reageerden op de moderne, klassieke, muziek. Schönberg had de chaos en de toevalligheid willen verklanken. “Pling-plong”- muziek zeiden sommigen spottend. Schönberg vond elk denken in orde pervers. Is armoede orde? Is geweld in orde? Welke orde zou er in een wereld kunnen bestaan, die gewetensloos en gevoelloos kinderen doet sterven van honger? Schönberg, en vele componisten met hem, wilde laten horen dat er niets anders kan zijn dan wat jij opvangt en verstaat.

Tavener leefde in een ander bestaan. Leefde, verleden tijd: hij is gestorven. 67 jaar. Geïnspireerd door het christelijk denken meende hij dat er een geheim moest zijn waar het leven op gegrond is. Een dragende grond. Noem het “G’d”, of “liefde”. Misschien is de dragende grond in zijn muziek alleen zijn muziek zelf. Zolang ik zing word ik gedragen. G’d en werkelijkheid zijn niet uit elkaar te trekken.

Jaren gold zijn muziek als kitscherig en romantisch. Dat laatste was niet positief bedoeld. Het eerste ook niet. Algemeen werd gedacht, dat Tavener zijn tijd niet verstond. Hij zou zijn achtergebleven in een droomland. Slechts wie van zijn muziek wist betrad de ruimtes ervan met liefde. Ooit, jaren negentig, vond Tavener mij, heel simpel in mijn keuken. Ik dacht dat ik gezocht werd en ik wilde bidden. De critici lachten.

De tijd kan echter wat je voor onmogelijk hield. De tijd brengt boven wat beneden lag en maakt zichtbaar wat verborgen bleef. Arvo Pärt werd ontdekt. Zijn Spiegel im Spiegel klinkt vaker, is geen vreemde meer. De kitsch sleet weg uit onze oren. Klinkt nu de moderne klassieke muziek niet juist als tijdgebonden?

Wanneer je Tavener hoort, gaat de verwondering open. Dat alles er is. Gaat zelfs de verwondering over de chaos open. Dat het bestaat. Alles.

Gisteren luisterden wij naar zijn “Icons”.  Vandaag stond er één kolommetje in de krant. Dat hij niet meer hier is, bij ons. Het is vast toeval. Of een kwinkslag van de chaos. Maar het zou ook een knipoog kunnen zijn. Van een liefde die, toch, ondanks alles, is en draagt.