Zo’n klein berichtje.

 

Het zat een beetje weggemoffeld tussen berichten over allerlei rechtszaken. Zoveel jaar voor moord, zoveel jaar voor kidnapping. Ineens begon de nieuwslezer op de radio over uitkeringsgerechtigden. Uit onderzoek was gebleken dat “uitkeringsgerechtigden massaal hun bezittingen in het buitenland verzwegen”. Voor mijn geestesoog verschenen lange, witte jachten met cocktaildrinkende dames en heren, huizen met zwembaden en auto’s met chauffeur. Aan mijn fantasie ligt het niet. Ondertussen koutte de nieuwslezer door; het ging om 17 miljoen niet opgegeven bezit “van honderden personen”.

“Oh”, dacht ik: “Dus dat zwembad kunnen we alvast doorstrepen”. 17 miljoen gedeeld door honderden, dan hou je slechts zeer gemiddelde huizen over.

Waar moesten we aan denken? “Aan tweede huizen in Turkije, bijvoorbeeld”, antwoordde de nieuwslezer gedienstig. En hup, verder ging het al naar het weerbericht. Dat het te warm is voor de tijd van het jaar.

Ik vroeg me af wie dit bericht had ingestoken? En met welk doel? Moest ik nu begrijpen dat uitkeringsgerechtigden allemaal ten onrechte elke maand hun geld opstrijken? Moest ik begrijpen dat het vooral de Turkse Nederlanders zijn die vals spelen? Wéér die Turkse Nederlanders? Wat moest ik nu eigenlijk weten?

Of ging het om de slotzin:  “dat alle mensen het ten onrechte ontvangen geld moeten terugbetalen”? Moest ik ervan doordrongen worden dat ons kabinet daadkrachtig is en tegen elke misstand opstaat?

Dan was het zinnetje: “Waarschijnlijk kunnen de betrokkenen niets terugbetalen, aangezien velen op of onder het bijstandsniveau leven” erg verwarrend. Want waar betaalden ze dat tweede huis dan van?

Vragen, vragen, vragen.

Er sijpelt vaker van die vaagheid door. Een paar weken geleden hoorden we over Poolse arbeiders die “massaal uitkeringen aanvragen” en vervolgens naar hun land terugkeren om daar op hun lauweren te rusten.

Ook toen die vieze bijsmaak. Uitkeringen en buitenlanders, die combinatie. Wat wil het bericht van mij?

Het wordt niet gezegd, dat is het giftige. Er wordt met semi-feiten gestrooid. Er wordt iets ingemasseerd, maar de masseur toont zich niet. Ontkent waarschijnlijk dat hij masseert.

Ondertussen doet het gif zijn werk.

Twee weken geleden was er een inspraakavond over nieuwbouw hier in de buurt. Nieuwbouw is een beetje groot woord: het gaat om tien huizen. Op het voormalige voetbalveld. Daar is onrust over, omdat sommigen hun hondenuitlaatplek niet kwijt willen. Na een onrustig rondje kwam het finale argument tegen nieuwbouw: “straks zitten daar asielzoekers van onze centen!”

Achter het masker van keurige cijfers en feiten daalt een dreinsregen op ons neer. Van ksenofobie, argwaan, wantrouwen. Een motregen waar we smerig nat van worden. De indruk wordt gewekt dat wij – fatsoenlijke Nederlanders die nooit iemand benadelen- achteruit worden gesteld. Dat ons geluk aan ons onthouden wordt. Dat we beter af zouden zijn zonder al die armoedzaaiers, gelukszoekers, ondankbaren.

Alsof je vanzelf op een jacht terecht komt door naar beneden te trappen.

 

 

Advertenties

Alsof ik geen buitenlander ben…

racismeNu gaat dit bericht weer rond op Facebook. En het geldt als een getuigenis van grote waarheid. De buitenlander besteelt ons! Hij vernedert ons! Hij zal ons vernietigen! En wij? Wij zitten allemaal in sneue bejaardentehuizen, waar we maar één maal in de twee weken worden gedouched. En zíj hebben daar schuld aan!

Maar ik ben geen racist.

Nee, een racist is mijnheer/ mevrouw niet. Maar wel een even domme als gevaarlijke gifmenger. Met een opeenstapeling van losse flarden wordt in het stuk een bedreigde wereld opgeroepen die in werkelijkheid zo niet bestaat. En de remedie die wordt gesuggereerd “wees dankbaar, of wij hebben het recht om je uit ons land te verwijderen’ is lulkoek. Was het gewone borrel lulkoek, dan maakte ik mij niet druk, maar dat is het niet. Het is gevaarlijke lulkoek. Op basis van een fout recept.

Feller dan een leugen is een halve waarheid. En feller dan een halve waarheid zijn een heleboel halve waarheden bij elkaar.

Eerst maar de waarheid dan. Ja, er zijn Bulgaren die de Nederlandse belastingdienst hebben opgelicht, en ja er zijn Antillianen en Surinamers die met hun al dan niet terechte kritiek de sfeer rondom Sinterklaas aardig verstjeerd hebben. En ja, sommige bejaardentehuizen bieden slechte service.

Tot zover de grotere en kleinere waarheidjes. Nu de rest. Wat hebben Bulgaren gemeen met Surinamers? Of Antillianen met Marokkanen? Niets. Het is appels en peren in één mand knikkeren en ze dan gaan vergelijken. Sowieso is het altijd tricky om mensen in groepen te gaan indelen. Is Aboutaleb verantwoordelijk voor de ontspoorde Marokkaans-Nederlandse jongere? Draagt de bejubelde Bulgaarse tenor Rousse schuld aan het bedrog van andere Bulgaren? Wat heb ik met Paul de Leeuw? Ben ik een Gerard Joling?

“Er is hier”, zei Haman tegen de koning Ahasveros: “een volk onder ons, dat onze taal niet spreekt en zich niet aan onze wetten houdt.” Dat er veel meer volkeren in zijn land woonden, dat verzweeg hij. En ‘de wetten waaraan dat ene volk zich niet hield’ was er maar één, deze namelijk: dat ene volk boog niet voor Haman als die voorbij kwam wandelen.

Eén bevolkingsgroep ontbreekt opvallend in het stuk van Facebook. Dat zijn de ‘originele’, de ‘witte’ Nederlanders. Ze worden opgevoerd als slachtoffers. Zijn ze dat ook?

Het huilende voorbeeld, van die zielige oudjes, is dat waar? Inmiddels is wel gebleken dat verpleegtehuizen nogal van elkaar verschillen. En een tehuis, dat zijn ouderen één maal in de twee weken onder de douche zet, is gewoon een slecht tehuis. Daar hebben buitenlanders niets mee te maken. Sterker nog: als er geklaagd wordt over ondermaatse zorg voor ouderen, dan heeft dat meer te maken met de veranderingen in ons belastingstelsel, sinds wij in de jaren negentig het neo-liberalisme hebben omarmd, dan met de Marokkaan om de hoek. Wij vonden het, de kiezers, een geweldig goed idee om de belastingen te verlagen. Wij vonden het een goed idee om de private sektor meer financiën te verschaffen ten koste van de publieke sektor. De scholen, de universiteiten, de zorg; zij zuchten onder bezuinigingen, omdat wij er voor kózen dat daar minder geld naar toe zou gaan. De grote huizen die gebouwd werden en de grote auto’s die gekocht werden – wat waren we blij dat we rijker werden!- gingen ten koste van de belangen van ons allemaal. Geld kan maar één keer uitgegeven worden. Zelfs in Nederland. De oudere gaat een keer in de twee weken onder de douche, omdat wij vier keer per jaar met vakantie wilden. Dat is hoe het zit. Sorry PVV.

En dan nog iets. Waarom vermeldt de tekst niet, hoeveel geld ‘witte” Nederlanders wegsluizen bij reisverzekeraars? Hoeveel zij onterecht declareren bij brandverzekeraars? Hoeveel nooit gekochte camera’s, computers, merkkleding wordt er gedeclareerd? Hoe zij de belastingen piepelen? Het loopt in de miljoenen per jaar. Ik roep maar even de familie in herinnering die voor 2,7 miljoen aan onterechte PGB’s uit de staatsruif plukte. Ze waren lelieblank. Maar niet schuldeloos. Moet ik mij nu verantwoorden voor hun gedrag, omdat ik toevallig óók wit ben?

Het stuk ademt deze geest: wij zijn de goede wij. En er bestaat een natuurrecht, waarom wij op dit stukje grond mogen wonen. “Zij” zijn hier binnengekomen. En ‘zij’ moeten zich buigen voor ‘onze’ regels.

Wij zijn geen goede wij. Er zit niet zo veel verschil tussen hullie en ons. En – breaking news- er is geen natuurrecht dat ons Nederland toewijst als rechtmatige grond. Ook ik ben een voorbijganger. Toen ik mijn ogen opendeed, had ik geen idéé wie ik was, waar ik woonde, dàt ik überhaupt ergens woonde. En op een dag ga ik ook weer dood. Ik heb geen recht. Ik kreeg het. Net zoals de man of vrouw die van elders hier naar toe kwam. Als ik vind dat die dankbaar moeten zijn, dan ik zelf ook.

Er is geen god die mij iets toewijst. Ik deed geen examen, waardoor ik hier wel en een ander hier niet zou mogen wonen. Als er een god is, dan is die god-over-ons-allen.

De wereld globaliseert. Mensen wonen soms hier en soms daar. En hier nemen ze wat, daar laten ze wat. En jij, jij bent daar een onderdeel van. Zelfs in je ‘eigen’ land. Er is geen eigen land. Wen er maar aan.

En bespaar ons zulke onzinteksten op Facebook.