Is Hij in de aardbeving?

aardbeving_lissabon2Op een vroege ochtend in 1755 schudde de aarde onder Lissabon. Het zou één van de ingrijpendste rampen in de mensengeschiedenis worden. Op de aardbeving volgde een reusachtige vloedgolf. En na de vloedgolf brak er een brand uit die aanzwelde tot een vuurstorm. Tienduizenden mannen, vrouwen, kinderen, jongens en meisjes, kwamen er bij om. Ze stonden de was te doen. Hadden hun huis juist in grote boosheid verlaten, de klap van de deur achter hen had nog net ruimte om te klinken, voor het water kwam. Of ze gingen juist een bloemetje kopen, omdat ze zo’n lieve vrouw hadden. Het beloofde een mooie dag te worden. Het werd een vernietigend drama.

“Er waren moderne nieuwsbronnen ontstaan”, vertelt mijn geschiedenisleraar droog: “Kranten verspreidden het verschrikkelijke bericht. Binnen een maand wist heel Europa wat er was gebeurd, daar in Portugal.” De mensen hadden het gevoel dat de grond onder hun eigen voeten beefde. “Het idee, dat G’d alles bestuurt brak in dat jaar”,  zeggen alle hedendaagse commentaren.

Het zou daarna nog duizenden malen breken. In ieders leven tientallen keren. Je hoopt, tegen beter weten in, dat er enige logica in de dingen zit. Dat er gestuurd wordt, überhaupt. Dat er een stuwende zin is. Iets, waarvan je zou kunnen zeggen: “Daarom was het nodig.” Zodat wij ons veilig voelen en geborgen.

Het is echter nauwelijks vol te houden, dat een goedbedoelend wezen het verloop van alles regelt. Waarom zou jouw portemonnee wel gevuld zijn en die van je buurman niet? Had jij het verdiend? En hij niet? Was jij beter? Had je een schoner karma? Was G’d jou wel goedgezind? De vragen vermenigvuldigen zich als vlooien op een hond, maar een antwoord blijft uit. Zelfs als er al een antwoord zóu zijn, dan kennen wij het niet.

Waarom zitten wij veilig achter dijken en liggen de Filippijnen onbeschut voor water en wind? Omdat wij rijk zijn en zij arm, zegt u. Maar waarom is dat dan zo? Stuurde G’d het?

Je kunt je verbazen dat het tot 1755 duren moest, voordat een bestaand beeld van God in duigen viel.

Het beeld mocht dan bestaan. De G’d die er achter schuil gaat, bestaat in die vorm niet.

Daar kunnen we het over eens zijn.

Advertenties