Volslagen krankzinnig … mooi.

De muziek was goddelijk, zei Mike Bodde, maar we moesten maar niet te veel op de inhoud letten (hier). Hij doelde op de aria “Wie wunderbarlich is doch diese Strafe” uit de Mattheuspassion van Bach. Want die inhoud: die was volslagen krankzinnig. “Barmhartige heer offert zijn eigen zoon.” Tot zover Boddé ’s diepte-analyse van het lied.

Nu ben ik zelf niet zo dol op Bach. Te frutterig, te corsetterig en dwangmatig, sorry. Maar ik snap wel, dat de eventuele goddelijkheid van zijn muziek àlles te maken heeft met de inhoud ervan. Die twee kun je niet zomaar uit elkaar scheuren. Bach moet zelf hebben geloofd wat hij op muziek zette. Goddelijke muziek ontstaat niet op een flutinhoud.

Je zou mogen verwachten dat een kommaliefhebber als Witteman niet akkoord gaat met: “laten we de tekst hier voor het gemak maar even vergeten.” Hij deed het wel: er mee akkoord gaan.

Kom op, mannen: het gáát om de tekst.

En ja; die is volslagen krankzinnig.

Volslagen krankzinnig, mooi.

“Hoe wonderbaar is deze straf,

de goede Herder lijdt voor zijn schapen

de schuld, betaalt de Heer, de Rechtvaardige

voor zijn knechten”

In het Duits rijmt het. Maar dat had je al begrepen. Hoe komt Bach, of eigenlijk zijn librettist, nu bij deze tekst? En wat zouden wij er mee moeten?

Het komt uit de bijbel (open deur). In het Oude Testament staat een tekst die indringend vertelt over iemand die mishandeld wordt (Jesaja 53, onder andere). Zijn baardharen worden uitgetrokken, hij wordt geslagen. hij krijgt met de zweep, en iedereen denkt: “Zo, die is door God en alleman gehaat zeg.” Maar dan komt onverwacht de clou: hij droeg onze straf. Hij werd geslagen en wij genazen er van.

Duidelijk he? Nee. Raadseltaal.

Maar goed, de tekst komt terug, later. Als Jezus is gekruisigd. Die hele martelgang van Hem leek één gruwelijke fout. Jezus was meer dan een goed mens. Hij had dit niet verdiend.

Maar leg je nu Jesaja bij de kruisdood van Jezus, en dat deden zijn leerlingen, dan lijken raadselstukjes op hun plek te vallen. Híj verdiende geen straf, maar de mensen wel. Het wonder is: zij werden niet gestraft. Maar Hij wel.

Het beeld van de goede Herder die de straf draagt voor zijn schapen, dat is onder andere door Petrus zo gezegd. Hij schrijft er over in één van zijn brieven. Hij droeg de straf die voor de mensen, voor ons, bedoeld was.

Nog steeds raadseltaal?

Ja- het blijven teksten die groter zijn dan wij. Nooit kan ik helemaal zeggen dat ik het snap. Net als poëzie: ik lees het, het doet iets met mij. Maar als je mij vraagt: leg het uit, dan sta ik met een mond vol tanden.

En toch.

Dit is wat ik er van begrijp.

Als ik kijk naar de afgelopen week. Brussel, Ankara, maar als ik daarbij ook denk aan Mosul, aan Homs, aan de mannen en vrouwen die zijn gestorven onder de bommen van de Westerse mogendheden en aan de mannen en vrouwen die zijn gestorven door messen en bommen van IS, en dan is dat nog maar een versimpeling van alles wat er gaande is. Ik noem dan nog niet eens de vrouwen die deze week door hun mannen zijn mishandeld, of de mannen die zijn vermoord, of het alledaagse onrecht van de rijke die overal doorheen komt terwijl de arme overal voor lijkt te moeten boeten. Als ik die wereld zie, dan denk ik: zo veel kwaad, zo veel rotzooi. Dat kan toch niet onbeantwoord blijven? Het kan toch niet altijd maar zo doorgaan?

Wilders riep gelijk om het dichtgooien van de grenzen. Het aanpakken van de misdadigers. Het preventief fouilleren van “donker getinte personen”. Hij was de enige niet. We willen voorkomen. We willen ook rechtzetten.

Zo veel rechtvaardigheid hebben mensen dan nog wel in hun donder. Wat oneerlijk is mag niet de vrije hand hebben. We willen dat het oneerlijke stopt.

Omdat dat de basisstructuur van ons bestaan is, zeggen de schriften. God is rechtvaardig. Zeg: de energie achter alle dingen. Ik zeg: de stem die in alle dingen spreekt.

Kwaad moet worden rechtgezet.

En wat zegt nu de aria? Die zegt dat alles al rechtgezet ìs.

Huh? Oh!

Jezus heeft de straf gedragen

niemand zal meer worden gestraft

 

straf is helemaal het woord niet

leven, dat is het woord

ga vrijuit – dat is het woord.

 

Voor mij betekent Goede Vrijdag allereerst: wij zijn vrij  –

en daarna volgt in één adem: laat ook anderen vrij

straf hen niet.

Deze week begonnen mensen in Brussel op de straten en muren te tekenen en te schrijven. Het waren woorden van hoop. Ze tekenden een nieuwe wereld. Eentje, waarin mensen elkaar niet meer zouden doden, maar waarin mensen elkaar het leven zouden gunnen. Wat ze ook maar op hun kerfstok zouden hebben.

Ephimenco, een columnist in dagblad Trouw, geloofde er niet in. “Met krijt en bloemen win je geen oorlog.”

Ik dacht: “Voor wie het wel geloven is de oorlog al voorbij. Voor wie het wel geloven heeft haat geen macht meer. Voor wie het wel geloven heeft de dood geen greep op ons.”

Maar ja, ik snap het wel: dat te geloven is tamelijk

krankzinnig

Advertenties

John Tavener

Hij brak door met zijn  “Song for Athens”. Het werd gespeeld bij de begrafenis van Prinses Diana. Maar wat is doorbreken? In de decennia daarvoor schiep hij al een eigen Bestand:John tavener 2005.JPGuniversum. Een klankwereld die geloofde dat er een zinvolle orde zou kunnen bestaan. Hij behoorde tot dezelfde ‘school’ als Górecki en Arvo Pärt. Zij reageerden op de moderne, klassieke, muziek. Schönberg had de chaos en de toevalligheid willen verklanken. “Pling-plong”- muziek zeiden sommigen spottend. Schönberg vond elk denken in orde pervers. Is armoede orde? Is geweld in orde? Welke orde zou er in een wereld kunnen bestaan, die gewetensloos en gevoelloos kinderen doet sterven van honger? Schönberg, en vele componisten met hem, wilde laten horen dat er niets anders kan zijn dan wat jij opvangt en verstaat.

Tavener leefde in een ander bestaan. Leefde, verleden tijd: hij is gestorven. 67 jaar. Geïnspireerd door het christelijk denken meende hij dat er een geheim moest zijn waar het leven op gegrond is. Een dragende grond. Noem het “G’d”, of “liefde”. Misschien is de dragende grond in zijn muziek alleen zijn muziek zelf. Zolang ik zing word ik gedragen. G’d en werkelijkheid zijn niet uit elkaar te trekken.

Jaren gold zijn muziek als kitscherig en romantisch. Dat laatste was niet positief bedoeld. Het eerste ook niet. Algemeen werd gedacht, dat Tavener zijn tijd niet verstond. Hij zou zijn achtergebleven in een droomland. Slechts wie van zijn muziek wist betrad de ruimtes ervan met liefde. Ooit, jaren negentig, vond Tavener mij, heel simpel in mijn keuken. Ik dacht dat ik gezocht werd en ik wilde bidden. De critici lachten.

De tijd kan echter wat je voor onmogelijk hield. De tijd brengt boven wat beneden lag en maakt zichtbaar wat verborgen bleef. Arvo Pärt werd ontdekt. Zijn Spiegel im Spiegel klinkt vaker, is geen vreemde meer. De kitsch sleet weg uit onze oren. Klinkt nu de moderne klassieke muziek niet juist als tijdgebonden?

Wanneer je Tavener hoort, gaat de verwondering open. Dat alles er is. Gaat zelfs de verwondering over de chaos open. Dat het bestaat. Alles.

Gisteren luisterden wij naar zijn “Icons”.  Vandaag stond er één kolommetje in de krant. Dat hij niet meer hier is, bij ons. Het is vast toeval. Of een kwinkslag van de chaos. Maar het zou ook een knipoog kunnen zijn. Van een liefde die, toch, ondanks alles, is en draagt.