Het nut van nutteloze kennis.

Arianne van Os is docente. Zij is één van de 130 leraren die gaan meepraten over onderwijsvernieuwing. (Trouw, 18 september 2017) Wat voor inzichten heeft zij? Nou, nogal modieuze: er moet tijdswinst geboekt worden op school èn het onderwijs moet gaan over probleemoplossen, digitale vaardigheden en communicatie. “In plaats daarvan” verzucht ze:” Moeten we jaartallen leren die we ook met een druk op de knop kunnen opzoeken.” En ze schudt haar leraressenschouders er eens bij.

Nu dacht ik altijd dat onderwijs vooral óók heel veel herhalen was. Beetje basis in de eerste leerjaren, beetje meer basis in de hogere leerjaren, verdieping op de middelbare school, maar dit is mijn expertise niet. Dus luister ik naar Juf Arianne. Als ze me dan wel vertelt wat we met al die gespaarde tijd moeten doen.

Géén jaartallen leren zegt Juf Arianne.

Wél jaartallen leren, roep ik daar dwars doorheen.

Vooral jaartallen. En dode dichters. En oude romanciers. En verdwenen schilders. En plaatsnamen, heel veel plaatsnamen. Dooie Nobelprijswinnaars, dat mag van mij ook: wiskunde, natuurkunde, scheikunde.
Doen we de vaardigheden er verder wel tussendoor.

Iris Murdoch  (iemand? Of moet je nu op een knop drukken?) heeft eens gezegd: “Kennis maakt niet gelukkig. Maar kennis geeft je wel de mogelijkheid het geluk te vinden.”

Zeker kun je alles ergens vinden. Maar dat is al zo sinds de uitvinding van de boekdrukkunst. Goed, je moest er even voor naar de bibliotheek fietsen. Maar het was er.

Het probleem: het was er búiten jou. Je voelt er niks bij, het roept niets op. Het blijft bij: “Oh”. En daarna vergeet je het weer.

Stel je weet niets. Je rijdt Amsterdam binnen. Wat zie je dan? Daar ben ik dan wel benieuwd naar. Misschien vind je de sfeer leuk. Of de panden mooi. Ze zullen verder, zo vermoed ik, zwijgen en dood blijven. Na vijf grachtenpanden heb je het dan wel gehad. En is, inderdaad, de Hudsons Bay interessanter dan nóg een gracht.

Een beetje zoals wij Westerlingen, allemaal door landen in het Verre Oosten rondlopen. Het is mooi, maar het zegt me niet veel. Ik weet er niets van.

Loop je met kennis door Amsterdam, dan flitst de binnenkant. Gouden Eeuw, specerijenhandel, Tulpengekte, slavernij, de eerste beurs van de wereld, aandelenhandel. Je ziet de prachtige balans die de huizen hebben tussen rijkdom willen tonen en tegelijk willen voldoen aan de protestantse zede van eenvoud. Je ziet de stoepen smaller worden naarmate de belastingen op hun breedte toenam. Je ziet de ramen hoger worden, naarmate, alwéér de belastingen op de breedte werd geheven. Dat zie je. Als je iets weet tenminste van VOC, 17de eeuw, Republiek, Libre Marum.

En dan begin ik nog niet eens over Hendrick de Keyser, het wonder van de grachten (het schitterende essaye dat Cees Nootenboom eens over al die eilandjes, bruggen en waterwerken schreef!), het idiote van “burgers (burgers!)  die een stad bouwen op zo ongeveer wel de meest ongeschikte plek voor een stad.

Als je dat allemaal niet weet, Juf Ariane, niet van binnen weet. Dan heb je geen idéé waar je rondloopt.

En, zeg ik erbij: het is uiteindelijk de doodssteek voor de stad. Als je niet meer weet, voelt, verknocht bent – dan giechelt het geld al over sloop. Ik til mijn domineesvinger priemend de lucht in.

Een aantal weken geleden hadden we een hete dag. Die komen wel eens voor. Ik was in een Albert Heyn in de stad. De bedoelde supermarkt is gebouwd in de voormalige korenbeurs. Een neo-classicistisch gebouw naar de deftige eis van de negentiende eeuw. Binnen was het warm als buiten. Mensen zoemden door de deuren heen en weer. “Poe!”, wat is het heet hier”, steunde de cassière. “Ja, oud gebouw he”, reageerde ik. “Ja”, was haar antwoord: “Idioot oud. Ik denk wel uit de Middeleeuwen. Snap je dat nou?.” Zo’n mooie winkel in zo’n kei-oud pand, wilde ze maar zeggen.

Ik begon maar niet over de graanhandel waarmee Groningen rijk is geworden, de champagnejaren, de grote boerderijen op het land, de herenboeren die hier werden voorgereden in hun luxe carossen om, sigaar in de mond, hun graan te verhandelen.

En ze heeft het vast ook niet opgezocht. Onder geen enkele knop.

Advertenties