Vluchtelingen en wij.

Het overweldigt me allemaal een beetje. Al die mensen. Die met zo’n enorme innerlijke drang op weg zijn naar de vrijheid. Ze komen met bootjes. In vrachtwagens. Lopend. Met treinen.

En toen de treinen niet meer reden. Gingen ze weer lopen.

Het bonkt in hun hoofd: Niet meer wat was. Niet meer.

Het antwoord van Europa overweldigt mij ook. De angst.  De angst om de vluchtelingen op te nemen. En het wegkijken. Het verschrikkelijke wegkijken. Weken, nee maanden hielden politici hun mond. De eurocrisis. Dat was het probleem van Europa. Zeiden ze. Dat hielden vol. Ook toen de eurocrisis meer en meer een schaamlapje werd. Om de echte crisis niet te hoeven zien. De crisis van onze beschaving.

Ik voel mij klein en machteloos als ik onze politici zuinig hoor rekenen. Tienduizend. Dertig duizend. Geen mens meer. Het kost te veel, anders. De rek bij de Nederlanders wordt anders overvraagd…

de rek bij de Nederlanders? Pardon? Wij zijn net terug van onze heerlijke vakanties. Overal in Europa en verder weg. Er is nog helemaal niets van onze draagkracht gevraagd.

In 1956 sloegen één miljoen Hongaren op de vlucht. Eén miljoen! Het was voor Europa volstrekt vanzelfsprekend dat ze zouden worden opgevangen. Zelfs Wilhelmina maakte plek voor een gezin. Gewoon, bij haar op paleis het Loo.

Maar vandaag?

“Het zijn economische vluchtelingen” roept de een. Alsof “ze” daardoor ineens niet meer op de vlucht zijn. Alsof “ze” ineens geen hulp meer nodig hebben. Zelfs al zou het zo zijn, dat ze met verkeerde beelden op weg zouden zijn gegaan. Als ik door eigen schuld de weg ben kwijt geraakt, hoop ik ook dat iemand mij zal helpen.
Ik geloof niet zo in het “economische vluchteling” scenario. Het zijn mensen die het vertrouwen in hun land volstrekt hebben verloren. Ze verwachten het niet meer; dat ze daar een toekomst zouden hebben. Ze trekken weg. Op de vlucht voor IS. Op de vlucht voor geweld. En ja, dat ook, op de vlucht voor uitzichtloosheid.

Iemand schreef in de Metro over zijn vader. Die was in de jaren zestig uit Liverpool weg gegaan. Naar Nederland. Hij had thuis vrienden die niets deden, drugs gebruikten, crimineel dreigden te worden. Hij moest daar uit, wilde hij een ander leven. Wilde hij blijven leven. Zijn vrienden waren dood, inmiddels. Doodgeblowed.

Ik word overweldigd. Door de benauwde houding van Europa.

Toen 71 mannen gestikt bleken in een vrachtwagen, twitterden in heel Europa anderen: “wat jammer, maar 71”. Je hoorde het zinnetje “dat scheelt weer mooi 300 uitkeringen” ineens weer terug echoën.

Ik denk aan een twitterbericht van nog langer geleden. Drieduizend jaar geleden, om precies te zijn. “Wees hartelijk voor een vreemdeling, want jij bent zelf vreemdeling.”

Zo simpel kan het soms zijn.