De dominee is een mens.

Er zit een rare twist in het vak van dominee. Aan de ene kant zegt de protestantse leer: een dominee is geen priester, ze heeft geen bijzonder lijntje naar God, ze heeft geen andere gaven ontvangen dan een willekeurig ander, en haar taak is niet van groter gewicht dan dat van de ouderling of de diaken.

Tot zover de theorie. In de praktijk wordt van een dominee verwacht dat ze zich wel degelijk als ‘bijzonder’ gedraagt. “In daad, in praat en in gewaad”, zeiden de ouden. En nòg wordt gezegd, dat ‘de kerk’ niet is geweest, als de dominee niet langs kwam. Of er dan wel ouderlingen waren, of diakenen, dat maakt niets uit. Alleen de dominee mag dopen en het avondmaal bedienen. Alleen de dominee draagt liturgische kleding. Alleen de dominee wordt voor het leven in het ambt bevestigd. Ouderling ben je voor vier jaar. En diaken ook.

Als het zo onduidelijk is, dat aan elkaar tegengestelde gedachten en verwachtingen zich hechten aan de rol van de dominee, dan hoeft het niet te verbazen, wanneer mensen er ruzie over zouden krijgen. Ruzie is vaak een teken van niet-uitgedachte chaos. Nou, hier heerst chaos, en de ruzie kwam er dan ook. In Nederland tussen Oepke Noordmans en A.M Brouwer. Later trok de zogenaamde liturgische beweging aan het ambt, en zette – opnieuw- Oepke Noordmans zich daartegen schrap. Van Ruler wist in de jaren zestig en zeventig de gedachten over het ambt te verhelderen, maar hij deed dat blijkbaar op een zó eigenzinnige manier, dat zijn werk niet heeft beklijfd. Van Ruler? Welke Van Ruler?

Het zal evenmin verbazing wekken, dat de doordenking van de dominee ook weer twee kanten op gaat: òf er wordt een pleidooi gehouden om de dominee meer priesterlijk te maken, òf er wordt juist gepleit voor een dominee als functie. En niet meer dan dat.

Tussen die twee polen sta je dan. Waar sta je?

Die vraag is niet zomaar te beantwoorden. Wil je weten wat een dominee kan zijn, dan meldt zich ogenblikkelijk ook de vraag, wat de kerk dan is, en die vraag neemt weer de vraag met zich mee, welk doel de kerk dient en die vraag, opent weer de vraag naar je kijk op de bijbelse geschriften. Het zijn net Russische Babouschka’s  je tilt er één op, verschijnt er onmiddellijk een nieuwe.

Ik begin maar bij de taak van de dominee. Wat moet ik eigenlijk zijn en doen?

Het evangelie verkondigen, zeg ik Oepke Noordmans na.

Wat is de inhoud van het evangelie? Dat we op weg zijn de schoonheid te ontdekken in de wereld en in onszelf.

Dat verkondig ik.

Waarom ik

Iemand moet het doen. Ik geloof niet, dat een dominee uitzonderlijker is dan een ander. Ik geloof zelfs niet, dat wie dan ook uitzonderlijker is dan een ander. En wie van zichzelf, of van een ander zegt: maar die heeft het, maar ik heb het – een het dat een ander niet heeft- ik geloof hem niet. We zijn allemaal uit een vader en een moeder voortgekomen. Niemand daalde van de sterren naar beneden af. Of, om hetzelfde meer in mijn denken te zeggen: alle mensen zijn uniek. En we zijn allemaal uitzonderlijk. Als een ander “iets”  heeft, herken ik het, in een nieuwe vorm, terug in mijzelf.

Kerkordelijk ben ik geroepen: de gemeente vroeg mij, of ik wilde komen. Er is niets bovennatuurlijks aan voorafgegaan. Dat mensen andere mensen inroepen is al zó bijzonder, zó prachtig, daar zit het hemelse bij in. Het zweeft er niet boven.

De verkondiging

Dat we onderweg zijn de schoonheid te ontdekken in de wereld en in onszelf. Met bijbelse woorden: wij zijn op weg naar het Koninkrijk van God, waarin gerechtigheid zal geschieden en wij bemind zullen zijn. Ja. Maar die schoonheid is er al. Je wordt niet mooi. Je bent het al. En hopelijk heb je mensen om je heen, die je daar aan herinneren. Want zoals dat gaat in onze wereld: er daalt stof op je schoonheid. Alles moet voortdurend ontdekt worden, anders gaat het verloren. Als een generatie een verhaal niet meer doorgeeft aan een nieuwe generatie, is het verhaal weg. De dominee is een van de mensen ‘die helpen herinneren”.

Mijn taak is nog het best te vergelijken met die van een vroedvrouw. Ik help geboren worden, wat al in de mensen woont.

Ik  doe dat allereerst door een woordwerkelijkheid te scheppen. Ik preek, ik bid, ik luister, ik spreek met mensen. En ik zing. En ik bidt om de Geest, dat die woorden een antwoord oproepen: dat de mensen zelf open gaan.

Naast de woorden heb ik mijn persoon. Omdat ik geloof dat onze persoonlijkheid het meest kostbare is om in te zetten voor elkaar. In ons wezen, zo eenmalig, schuilt God. Als ik mij durf te tonen, dan hoop ik dat jij dat ook durft. Ik ben, zodat jij kunt zijn, zeg maar. Een dominee specialiseert zich in dit “ik-ben” zijn.

Geen priester.

In de jaren ben ik het steeds meer gaan waarderen, dat de dominee “niets meebrengt”. Ik heb geen rituelen. Ik kan geen aura lezen. Ik kan niet chanellen, ik kan niet in de toekomst kijken. Ik neem Christus niet met mij mee. Ik vertegenwoordig God niet. Ik ben ik. En daar moet ik het mee doen. Ik heb ontdekt dat hoe meer ik loslaat, hoe meer er kan gebeuren.

Toen ik dacht: nu moet ik naar die mijnheer, want ik moet met hem daar en daar over praten, toen mislukte het gesprek volledig. Het was de tijd niet, het was de plaats niet. Maar toen ik hem opzocht zonder te weten wat ik ging doen, toen gebeurde zó veel, dat je kunt zeggen: G’d was aanwezig.

Soms willen mensen een priester in de dominee zien. Ik ben daar huiverig voor geworden. Te vaak is mij overkomen, dat mensen iets van mij verwachtten wat zij zelf hadden kunnen doen omdat zij het zelf in huis hadden. In de gemeenschap van de kerk zie ik hetzelfde: de dominee kan zo mooi bidden. Maar de gemeenschap kan zelf veel beter bidden! Aan haar is de schoonheid gegeven. Die moet ze niet aan de dominee toedichten. Ze laat veel liggen als ze het van een ander, als ze het van de dominee verwacht.

Ik ben huiverig geworden voor de gedachte dat de dominee priester zou zijn. Ik kan de ander niet ontnemen, wat de ander heeft: dat zou een omkering zijn van alles waar een predikant voor staat. En toch doe ik soms priesterlijke dingen. Ik bedien het avondmaal, ik bid mensen de zegen toe. Maar ik zou ook graag ruimte zien, waarin mensen de dominee zegenen. En waarin mensen met de dominee het avondmaal vieren. Mijn zijn heeft op zijn beurt eveneens anderen nodig om te worden wie hij is. Ik ga voor de mensen uit, soms, zodat de mensen volgen en later weer voor mij uit kunnen gaan. Zoals een eerste schaap de dam over gaat….. zo is de dominee.

Dienaar

Dienaar is het woord, dat mij het beste past. Waarvan ik denk dat het de dominee het beste past. Ik ben geen hulpje en geen sloofje. Een vroedvrouw weet heel goed wat zij doet en laat zich niet koeioneren. Maar ik geef mij wel, met het gebed dat anderen er door tot bloei komen.

Positie, geen symbiose

In het gesprek over de dominee neem ik positie in van Oepke Noordmans. Van hem zijn de woorden: een dominee is een mens verrezen uit het stof. Ik denk niet gering over mijzelf. Ik heb enorm veel verwondering over de mogelijkheden van de ander. Ik denk niet, dat er een symbiose mogelijk is tussen aan de ene kant  “de dominee als gestudeerde leek”  en aan de andere kant “de dominee als priester”. Of het zou zo moeten zijn:  hoe meer de dominee ontdekt dat z/ hij gewoon mens is, hoe meer z / hij priester is voor de mensen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s