Nieuwe geloofswoorden.

“Zelfbeschikkingsrecht”, “autonomie”, “zelfredzaamheid”; de nieuwe geloofswoorden. Zodra de grote vragen op tafel komen, over ons handelen – wat doe je als iemand ernstig ziek wordt, wat doe je als een kind te zwak geboren wordt, zulke vragen- springen deze gespreksknechten gedienstig op. “Waardigheid van leven” is er ook zo een. Van die woorden die groot zijn. En alle ruimte van het gesprek innemen en het naar hun hand zetten. Je kunt er niet achter kijken. Je ziet niet waar ze vandaan komen en wat hun wortel is. Ze zijn hun eigen bewijs. Vanwege het “zelfbeschikkingsrecht” kun je niet anders dan instemmen met iemands doodswens. Einde gesprek.

photo-of-the-new-peugeot-4008-four-wheel-drive-9_size0Ik word er altijd wat verlegen van. Verlegen en ongemakkelijk. Zoals, wanneer bij het pompstation een fourwheeldrive aan komt spurten, er een man uitspringt, te zwaar, te snel, te nonchalant gekleed, die vlak vóór jouw neus voor de kassa duikt en gaat betalen. Hij is mij te massief. Ik krimp in zijn aanwezigheid. En zwijg. Ik zeg niet eens: “Pardon, ik was aan de beurt.” Maar later rijd ik weg met een wokkel in mijn maag. “Had ik maar.”

Zelfbeschikkingsrecht, ik heb er een wat hypocriete verhouding mee. Dat maakt mijn kwetsbaarheid mede uit. Natuurlijk wil ik mijn  leven inrichten naar mijn eigen inzichten. Ik zou niet graag terug willen naar de tijd, waarin het dorp, de kerk, de samenleving dicteerden hoe je diende te zijn. Vitrage van de verkeerde kleur kon al aanleiding worden tot groot tumult.

Aan de andere kant, en dat weet ik, voeg ik mij naar allerlei ongeschreven vormen en verwachtingen. Ik wil tenslotte betrouwbaar zijn. En loyaal. Ik wil dat mensen mij begrijpen. En ik wil ook de indruk hebben dat ik hen begrijp. Kijk ik naar foto’s van mijzelf, van tien jaar terug, dan zie ik ontegenzeggelijk: ik volg de mode. Terwijl ik heus geen modekoningin ben.

Ik ben verbonden met mijn tijd. Ik ben verbonden met de mensen om mij heen. Hoe toevallig die ook in mijn leven zijn komen binnenwaaien. Doordat ik ze aanspreek, en zij mij, wordt de verbondenheid een wezenlijk deel van mijn “ja” op het bestaan.

“Zelfbeschikkingsrecht”, om dit woord maar te blijven volgen, komt wel met veel aplomb binnenzetten, en het heeft ook wel meer bestaansgrond dan de man in zijn fourwheeldrive, maar het laat ook een deel van de werkelijkheid opvallend buiten beschouwing: ik kan pas zelf beschikken als ik in een verband leef van mensen. Familie, vrienden, toevallige passanten.

Misschien is het woord zelf ietwat hypocriet: het bestaat bij de gratie van wat het ontkent.

Eén van de oude geloofswoorden is “genade”. Het komt niet meer zo binnenracen als ooit. Het ligt  als een versleten karkas langs de weg. Het is te vaak genoemd, te veel uitgekauwd en – dat ook- te veel misbruikt. En toch pak ik het weer op. Ik blaas het stof er wat vanaf. Heeft het nog iets te zeggen? In elk geval, merk ik, maakt het mij niet tot zo’n beteuterde sukkel die een stap achteruit doet in de kassarij.

“Genade” erkent de toevalligheid van alle dingen. Er spreekt iets mee van: het is allemaal gegeven. Het mooiste nog het meest. Ik koos mijn liefde niet. Al denk ik dat. De liefde kwam voorbij en koos mij. Ze wachtte totdat ik “ja” zei. Dat was dan, vooruit, mijn zelfbeschikkingsrecht.

Klinkt er nog meer? Er klinkt nog meer: het is je alles gegeven uit goedheid. Je kunt het vertrouwen. Dat je er bent. Dat je leven kreeg. Dat dit de goede mogelijkheden zijn: dat wat je hebt. Kijk maar. Ik kan niet schilderen. Ik kan wel schrijven. Vraag me niet waarom.

Het grootste geheim schuilt in het woordje zelf: genade – “gein” zeggen ze in Mokum. Ik moet er altijd wat bij lachen. Dat het hele bestaan, met al zijn gedoe. Met alle rompslomp. Met alle goede dagen, maar ook met alle rottigheid, dat het alles een geintje zou zijn. Iets aardigs. Een grap. Beter een rotleven dan geen leven. Zoiets.

Ik schiet in een schaterbui, als ik bedenk dat ik zelf een grap zou zijn. Een toefje slagroom op de taart.

Genade maakt het leven luchtig. Minder tot mijn bezit, dat ik zou moeten bewaken. Minder ook tot objekt van mijn controle.

Een vlieger stijgt op, de zon schijnt.

Misschien is dit wel mijn grootste verlegenheid tegenover de nieuwe geloofswoorden.

Ik vind ze te streng.Te zwaar. Te serieus.

Al gelachen vandaag?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s