“Het gezin is in een crisis.”

Er is niet veel voor nodig om je aandacht te trekken. Eén zin kan voldoende zijn om je innerlijk in beweging te zetten. Een wesp is een klein beestje, maar kan ons hele grote mensenlijf in alarmfase 2 brengen.

gezinEr rolde een zinnetje uit een gespreksnotitie. De synode van de Protestantse Kerk wil spreken over familie en gezin. Ik heb – eerlijk is eerlijk- de notitie niet helemaal gelezen. Voel me ook wat vreemdeling als ik de urgentie hoor, waarmee mijn kerk over ‘het gezin’ wil praten. Wil de kerk er alleen over praten? Of wil ze ineens een punt maken? Er zijn meer punten te maken, lijkt me.

Enfin, dat was wat gemorrel vooraf. Als een haaievin uit de golven torende ineens deze zin omhoog: “Men zegt ook wel, dat het gezin in een crisis verkeert.” Een slimme zet, van de auteur. “Men”, niet noodzakelijk de schrijver, maar het is toch alvast gezegd. Hij had vlak daarvoor een somber beeld geschilderd met echtscheidingspercentages en woorden als “patchworkgezinnen, één-ouder-gezinnen en, o heden, homohuwelijken”. De notitie zag er vooral problemen in, begreep ik. Ik had het gevoel dat een oud, stoffig archief openging en een oude geur mij in het gezicht woei.

Ik geloof er niets van, dat het gezin in een crisis verkeert. Mensen trouwen er nog steeds vrolijk op los, wonen samen, zoeken een partner, willen met een ander verder en geloven ook nog dat dat kan. Iedereen vindt, tenminste de meerderheid wel, dat je het meest compleet kan zijn in verbondenheid met andere mensen. Sla een willekeurig tijdschrift open, een reclameblaadje van de Aldi desnoods, en de gezinnen springen je tegemoet.

De Kerk zou er niet over moeten mopperen dat de verschijningsvormen van het gezin zo veranderd zijn. Er zijn meer vormen denkbaar dan van een man en een vrouw en kinderen. Dat hele concept, van één gezin in één huis stamt uit de omslag van de negentiende en de twintigste eeuw. Vóór die tijd woonde er van alles bij elkaar. Broers, zussen, vaders, moeders, opa’s, oma’s, buren. Al was het maar vanwege woninggebrek. Tot halverwege de negentiende eeuw was het percentage vrijgezellen hoger dan dat van de getrouwden. Terwijl er toch heus kinderen geboren werden, anders waren wij er niet geweest.

In de Bijbel is het al net zo’n veelkleurige toestand: Abraham had twee vrouwen, okay het ging nog niet fantastisch, maar dat was voor zijn zoon geen enkele reden om niet óók met twee vrouwen getrouwd te zijn. Bij Jakob ging het al een stuk gemakkelijker, maar dat was dan ook de derde generatie, he. Tamar krijgt een kind met haar schoonvader en de Bijbel rekent het haar als gerechtigheid. Maria heeft een zoon, maar is -nog- in ondertrouw met een man die, zegt men, de vader er niet van is. Petrus had wel een schoonmoeder, Paulus was ongetrouwd.

Wanneer leert de Kerk, mijn Kerk in elk geval, de mensen om lief te hebben en wanneer leert ze hen om niet bang  te zijn voor hun liefde? Waarom wil de syode nu toch weer tot een soort richtwijzer komen? Wie kan de liefde van een ander peilen? En wie kan zeggen welke vorm hem of haar past?

Ondertussen is er misschien wel iets met onze beelden van familie en gezin. We hebben grote verwachtingen, torenhoge verwachtingen. Er is geen crisis, dat de mensen het gezin zouden minachten.  Ik denk wel, dat wij zó veel van het gezin zijn gaan verwachten dat de teleurstelling al ingebakken zit. Mijn man moet mij aanvullen, begrijpen, verrijken, inspireren, onderhouden en de seks moet ook nog adembenemend zijn. Mijn vrouw moet beeldschoon zijn, attent, moet mij inspireren, begrijpen, naar mij luisteren en onze kinderen moeten het ook heel goed doen. One big happy family.

Sinds wanneer is het leven zo’n Barbara Cartland boekje?

Waren onze voorouders beter in het accepteren van de middelmatigheid? Ik denk het soms. En soms verdenk ik hen ervan, dat ze stiekem gelukkiger waren dan wij. Het scheelt al enorm als je begrijpt dat geluk en perfectie twee verschillende grootheden zijn.

Wat zou de Kerk wel kunnen doen? Mensen het vertrouwen in hun liefde teruggeven. Ze hoeven niet te voldoen aan de beelden die ons overal worden voorgeschoteld. Samen onderuit op de bank met een patatje kan net zo goed zijn als fijn-gemanicuurd aan een sterrendis.

Van mijn ouders leerde ik dit: dat het soms goed kan zijn om te accepteren wat niet zo geweldig is en de pijn ervan te omarmen. Er kwamen tijden waarin ze weer naar elkaar toe groeiden en alle moeite toch vruchtbaar bleek te zijn.

Ik koos daarna mijn eigen vorm. Mijn weg, mijn liefde, mijn eigen, gezellige patchworkfamilie.

Daar hoeft geen synode zich in te mengen.

Advertenties

2 reacties op ““Het gezin is in een crisis.”

  1. Ik denk, Sybrand, dat er in de katholieke kerk ook veel hoge heren zitten, die ons weten te vertellen hoe de relaties van mensen precies in elkaar zien. Maar met vallen en opstaan kom ik er liever zelf achter, wat mijn liefde voor mijn lief betekent en die van mijn lief voor mij. En dat de soms voelbare aanwijzingen van de Ene daarin belangrijker zijn dan de scherp getrokken richtlijnen van mensen.

  2. Wanneer gaat de kerk eens naast of achter de mensen staan in plaats van er tegenover? En wanneer komt ze eens tot het besef dat de mensen van nu niet minder goed (of niet slechter) zijn dan de mensen van vroeger? Laten ze op de synode het laatste vers van Psalm 133 in de oude berijming nog maar eens zingen:
    Waar liefde woont, gebiedt de Heer de zegen:
    daar woont Hij zelf, daar wordt zijn heil verkregen
    en ’t leven tot in eeuwigheid.

    En verder geen belerende praatjes of teksten over het gezin produceren. Hartelijke groet,
    Hugo

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s