Het ‘christelijke’ van G’d.

Christelijke partijen maken het gezin veelal tot speerpunt van hun beleid. De ‘natuurlijke band tussen man en vrouw en kinderen’ verdient bescherming. De grote kerkgenootschappen doen evenzo. Hun bescherming drukken ze uit door verzet tegen alles wat hen ‘tegennatuurlijk’ lijkt: echtscheiding, abortus, homohuwelijk.

Veel christelijke partijen hangen nationalistische waarden aan. G’d beschermt het vaderland. Nationalistische groepen bedienen zich van christelijke symbolen. Bij demonstraties van de “Jeugd van Groot-Polen” worden grote plakkaten met de Zwarte Madonna meegedragen, of anders wel kruisen of vaandels met heiligen. Deze grond komt ons van nature toe, ze is van ons.

Ik heb die fascinatie met het “natuurlijke” nooit zo begrepen. Dat komt vast door mijn eigen ietwat uhm tegendraadse bouw. Maar ook vroeg ik mij vele malen af: is G’d inderdaad de behoeder van de kringen die wij als natuurlijk en vanzelfsprekend beschouwen?

Of maken wij, door zo te spreken, van G’d een huisgod: een vriendelijke geest die ons huis en onze haard zal beschermen, méér dan het huis en de haard van een ander.

Mij treft de nonchalance waarmee de Heer over zijn familie spreekt. Zijn moeder wil hem zien. Jezus antwoordt: “Ja, en?” Zijn broers willen met hem spreken. De Heer lijkt zijn schouders op te halen en zegt: “Wat dan nog?”

Een béétje zoon zou er vandaag zelfs niet mee wegkomen. Hij kon rekenen op verwijten van zijn familie, op z’n minst. Als het geen klap van zijn moeder zou zijn om hem tot bezinning te brengen.

Jezus vervolgt: “Wie mijn woorden hoort en ze doet, die zijn mijn broers en mijn zussen.” Ik sta er iedere keer van te kijken, hoe Jezus de bestaande verbanden doorbreekt en nieuwe vormen van gemeenschap schept. Je bent verbonden met veel meer mensen dan je voor mogelijk houdt. Je kunt bij veel meer mensen thuis zijn, dan je dacht. Je bent met veel meer mensen verwant dan je veronderstelde. Je draagt veel meer verantwoordelijkheid. En je wordt zelf door veel meer mensen gedragen.

Jezus leefde wat hij zei: hij zat in de huizen van hoeren en tollenaars. Lachte met hen, at met hen, deelde zichzelf met hen. Wilde hij iets van hen? Zo zien we het vaak: “zij” moeten worden zoals “wij”. Daarom is Hij daar. Als een voorpost van ‘ons g0ed-oppassende burgers”. Ik denk niet dat dit de gedachte van de Heer is. Hij vertrouwt dat zijn aanwezigheid nieuwe verbanden schept. Over de grenzen van familie, vrienden en vaderland heen. “Zij” en “wij” worden tot een “nieuw wij”.  Wij worden een beetje hoer. En dat is goed zo.

“Houd van de vreemde”,  zei Jezus: “want die is als jij.”

De krachten van “eigen volk eerst” doven nooit uit. Er is een bijna onweerstaanbare neiging om ons in te spinnen in wat ons bekend is. Daarmee maken wij onszelf echter kleiner, onbeduidender en angstiger dan nodig.

Frere Roger van Taizé schreef ooit: “Jezus heeft nooit een nieuwe godsdienst voor ogen gehad, maar wel een nieuwe mensengemeenschap.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s