Dichtbij, maar niet te.

De Bijbel recyclet haar materiaal meer dan eens. Zoals een regisseur, die nog vertelruimte ziet in een film en daarom een remake maakt, zo worden sommige bijbelverhalen verteld, verteld en weer verteld. Vaak gaat het daarbij om oerfacetten van een mensenleven: liefde, sterven, geboren worden, zingeving, oorlog en vrede, wraak en boete, of – zoals in de verhalen van Elia en Elisa- kwetsbaarheid en kracht. De weduwe van Sarfat komen we twee maal tegen. Twee keer in de boeken van de Koningen. Elia deelt zijn leven met de weduwe en zij vindt bij hem een gevulde levenskruik. Elisa deelt zijn leven eveneens met haar, en opnieuw vindt zij een gevulde kruik. De weduwe in het bijzijn van Elia is bekender, maar – eerlijk is eerlijk- haar verhaal kent bij Elisa meer details. Meer beweging en herkenning.  “Van later tijd, dus”, zeggen dan de literatuurkundigen. “Dit is een sterk thema”, denk ik: “en er viel nog veel over te vertellen.”

Een weduwe is in de Schriften de mens die de ander nodig heeft om te kunnen leven. Daarin opent zij een waarheid over ons allemaal: niemand van ons leeft als er geen ander is. De olie in beide verhalen staat voor het stromen van het leven, denk ik. Zoals de wijn in Johannes 2. Of het brood in Marcus 6. Hoe gaat het leven weer stromen, als je klem zit? In het tweede verhaal heeft de weduwe niet alleen haar man verloren, maar zij dreigt ook haar beide zoons te verliezen. Haar heden is dood en haar toekomst lijkt gesloten. Méér knijp kun je niet zitten.

Elisa vraagt haar: “Wat hebt gij in huis?” In Marcus 6 valt dezelfde vraag: “Wat hebt ge, gaat het eens bezien.” Soms is de onmogelijkheid zó verpletterend, dat anderen je moeten vragen of er niet toch nog een draad van bestaan over is.  In het boek van de Koningen is de vraag nog gedetailleerder, trouwens. De profeet was begonnen met: “Wat kan ik voor u doen?” Maar daarna lijkt hij stil te vallen, bij zichzelf te raden te gaan, om de vraag te herformuleren tot: Wat hebt u zelf?”

Ik vind het een ontroerende wending. Twee zinnetjes. En een hele wereld gaat erin open. Natuurlijk wil je als buitenstaander, dat het de mensen van wie je houdt goed gaat. Je zou alles voor ze willen doen. Maar terwijl je dat doet, geef je hen de onbedoelde boodschap: “je kon het niet zelf. Je kunt het niet. Daarom doe ik het voor je.” Elisa valt bijna voor de verleiding de vrouw de regie af te nemen, maar hij herstelt zich en geeft haar haar kracht terug. “Wat heb je in huis?”

“Wat hebt u?”  “Broden en vissen”, zeggen de leerlingen in Marcus, “maar wat is dat nou helemaal!” “Een kruikje”, antwoordt de vrouw. En ze lijkt er  niet veel fiducie in te hebben. Elisa blijft bij haar. Hij zal garant zijn, dat het kruikje genoeg is.

Hoe vaak dacht ik, dat ik niet verder kon? Tientallen keren.  Het vertrouwen dat de mensen in mij stelden, gaf mij de innerlijke zekerheid, dat ik toch kon. Zij deden niets voor mij: het is mijn leven, tenslotte. Het tegelijk deden zij alles voor mij: ze gaven mijn leven aan mij terug. Door voor mij het gezicht van vertrouwen te zijn.

De weduwe is die het zonder de ander niet redt. Maar staat de ander naast haar, dan kan zij.

Dat verhaal is zó bijzonder. Dat wil je iedere keer wel opnieuw vertellen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s