Deze afwezigheid spreekt.

Het zijn woordgrappen op ‘verhogen’. En toch wil het maar niet grappig worden, het verhaal van de bakker en de schenker. Afgelopen zondag lazen we de geschiedenis. Ik heb niemand horen lachen.

Even kort, om ons geheugen op te frissen: de setting is Egypte, in een niet genoemd jaar, onder een niet-genoemde farao. Het zijn archetypes, het is een serieuze poppenkast, een lachspiegel. Het kan best gebeurd zijn, zo. Misschien zelfs heel waarschijnlijk, maar daar gaat het niet om. Het verhaal wordt verteld, omdat het nòg gebeurt. Onder farao’s, grote en kleine.

Zo, dat is er uit.

De hoofdfiguren zijn “een bakker”, je zou het zo in een script kunnen zien staan. “Nodig: een bakker, een schenker en een…” O nee, de derde figuur krijgt wel een naam: Jozef. Zoon van Israël. Ze zitten alle drie gevangen in de kerkers van farao. Twee, omdat ze de farao kwaad hebben gemaakt. Wat zouden ze gedaan hebben? Geen idee. Er zat een steentje in de krentenbol van de bakker, of anders dreef er een velletje in de wijn van de schenker. Wat voor kwaad kunnen bakkers en schenkers? De farao vermoorden, o ja. Maar daar horen we niet over. De farao is springlevend. Ze hadden de rente niet op tijd betaald, laten we het daar maar op houden.

En Jozef zit ten onrechte gevangen. Dat staat er tenminste klip en klaar. De farao had zijn dag niet. En zijn vrouw had haar zin niet gekregen. Dus gooiden ze Jozef in de kerker.

Nu hebben de bakker en de schenker allebei een droom. En bij allebei worden er dingen verhoogd. Dat is de mislukte grap. Jozef zegt tegen de schenker: “jij wordt over drie dagen verhoogd en weer in je ambt hersteld. Jij zult de beker van de farao weer in je handen houden” De bakker fleurt op bij dit bericht, vertelt zijn droom en krijgt te horen: “Ook jij wordt verhoogd. De farao zal jou laten ophangen over drie dagen.”

“Vergeet mij niet”, vraagt Jozef aan de schenker: “als het jou straks weer goed gaat.”

AHM01_TA_49578_XIk vind het een bizar verhaal. Het hangt van grilligheid aan elkaar. De een krijgt een klap en de ander een kus. En niets legt ons uit, hoe dat zo kan. Het lijkt het echte leven wel.

En G’d is totaal afwezig. In de hele, lange, lezing geen woord over zingeving. Niets.

Wat is de clou?

Jozef is de clou. Hij is getuige van de absurditeit van farao.  Hij vraagt hem niet te vergeten.

Het verhaal vraagt ons te doen als hij. Te zijn waar de pijn aanwezig is.

G’d is in deze lezing de grote afwezige die roept om onze aanwezigheid.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s