Nog maar eens “G’d”

G’d is in de Bijbelse geschriften eerder een Stem die mensen oproept een zinvol bestaan te leven, dan een handelend wezen die dingen opknapt.  Dietrich Bonhoeffer heeft dit helder en puntgaaf gezien. Hij schrijft, dat de meeste mensen G’d zullen associëren met “de Hoogste Macht”, “de Hemelse Kracht” of wat dan ook, dat hun eigen onvermogen aanvult. Wat mensen niet kunnen, dat zal G’d dan doen. En wat mensen niet begrijpen, dat zal G’d dan wel wezen. Een beeld van G’d, dat levensgroot oprijst, wanneer zelfs verstokte atheïsten gaan zeggen: “Ach ja, vroeger begreep men de bliksem niet en dachten de mensen dus dat G’d erachter zat. Koepest? G’ds wil. Een grote stadsbrand? G’ds toornig handelen.” “Maar”, zal altijd het vervolg zijn: “tegenwoordig begrijpen we meer en weten we, dat G’d niet bestaat.” We hebben G’d niet meer nodig, om onze onwetendheid aan te vullen.

Bonhoeffer heeft het geloof in “een hemelse Bestuurder” ‘religie’ genoemd en dat bedoelde hij niet positief. Wie verwacht ‘dat G’d het zal doen’, blijft mank gaan. Hij wacht op iets wat niet gebeuren zal. Hij zet zijn eigen kunnen niet in. Hij legt de schuld van elk falen buiten zichzelf: G’d had het moeten doen! Breaking news: die deed het niet. En zal het niet doen.

Niet zonder mensen.

Dat is het eigenzinnige van G’d in de Bijbelse geschriften: dat Die nooit zonder mensen wordt genoemd. Hebben ze het over G’d, hebben ze het direkt over mensen. De focus van het christelijk geloof ligt, in tegenstelling tot de schijn, niet buiten ons, maar de focus ligt op ons. Buskes heeft ooit gezegd: “Het spreken over G’d is een bijzondere manier om over mensen te spreken. Alsof wij uit Zijn perspektief naar onszelf kijken.”

Eén van de sleutelverhalen uit het Eerste boek van Mozes, Genesis, is de roeping van Abraham. Dat een mens, één mens, op weg gaat, waar anderen blijven staan. Ik vind het zinnetje “en Abraham ging”, nog veel verbazingwekkender dan de voorafgaande zinnen, waarin staat dat G’d riep. G’d doet niet anders dan roepen. Dat is zijn werk. Hij roept ons elk moment dat wij in ons lijf de schok ervaren: “Verdikkeme, dit kan niet!” Dat kan een buurvrouw zijn die vergeten wordt, en ineens besef ik dàt zij vergeten wordt. Het kan een dokter zijn die wel een ziekte ziet, maar de patiënt niet (“In bed negen ligt nog een blinde darm”, zei de chirurg.) Of vluchtelingen die voor de stranden van Europa verdrinken.

Meestal blijf ik in mijn machteloosheid achter, of in mijn gemakzucht, of gewoonte. Maar dan ineens zie je, dat iemand opstaat en wat gaat ondernemen. Ik weet nooit, hoe ze dat voor elkaar krijgen, maar het lukt ze. Dat zij gingen, waar anderen bleven zitten, is een geheim. Dat geheim noemen we G’d. Omdat het zo ongelofelijk zinvol, scheppend en helend is, wat de enkeling ging doen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s