De economie van de weduwe.

Soms spat de actualiteit uit de Bijbelteksten. Ik weet wel, er zijn ook Bijbelteksten waar het stof van eeuwen op blijft liggen, hoe vaak je ze ook leest en herleest, maar andere staan springlevend voor je en spreken je aan, alsof ze vlak voor je neus geschreven werden. 1 Koningen 17 is zo’n verhaal. Er komt wat ogenschijnlijke hocus-pocus in voor. Van zo’n meelpotje dat alsmaar meel blijft geven. Lastig voor ons, no-nonsens publiek. Laten we er daarom voor even dit over afspreken: als bij de Harry Potterfilms tieners op een bezemsteel stappen voor een potje zwerkbal, dan is er niemand die vraagt om het bioscooplicht aan te draaien voor een discussie “of zoiets wel kan, of niet.” Je dompelt je onder in het verhaal en laat het daar doen wat het wil doen. Ja, toch?

Zo wil ik het Bijbelverhaal ook lezen. Het gaat niet om de vraag “hoe kan dat?” of  “heb je nog altijd potjes die voor eeuwig meel geven?”, maar het gaat om de vraag: wat wil het ons zeggen. En: wat ga je nu doen. Vooral dat laatste.

Wat is er nu zo aktueel aan 1 Koningen 17? Dit: er is een koning die druk doende is met welvaart, groei en voorspoed. Hij zoekt de kracht van zijn land in de kracht van geld. In hoofdstuk zestien heet het: de koning aanbad de Baäls, de Astartes en de heilige palen.

Over die palen vroeg professor Van der Woude ooit in een examen, wat hun betekenis was. Ik wist het niet. “Kom, kom mijnheer Van Dijk. Het zijn palen, ze staan rechtop. Wat kan dat nu zijn?”, moedigde hij mij aan.  Het begon mij enigszins te dagen. Ik was nog erg onschuldig in die tijd.

Okaye, die koning dus. Met zijn economie, zijn groei en zijn voorspoed. Hij lijkt het centrum van de wereld. Dat is hij ook: hij woont in Den …., o pardon, in Jeruzalem.

Het Bijbelverhaal zwenkt de spotlights echter een totaal andere kant op. Naar de periferie. Daar loopt een profeet. Elia. “Let nu op, wat hij gaat doen”, lijkt de bijbelschrijver ons te willen zeggen: “want hij doet wat waar is en leven geeft.”  Hij, niet de koning.  Elia, de profeet, hij gaat naar een weduwe. Toevallig uit dezelfde landstreek als de vrouw van de koning. De koning is er dus óók geweest, op die plek. Maar hij had er vooral de mooie vrouwen gezien. Elia ontmoet een weduwe. Ze heeft niet veel: nog een potje vol meel en een kruik vol olie. Genoeg om brood te bakken voor haarzelf en haar zoon. “Bij u moet ik zijn”, zegt de profeet.

Dat heeft hij niet van zichzelf. Die keuze, om bij de weduwe te willen zijn, komt voort uit zijn spiritualiteit, uit zijn visie op het leven en op wat belangrijk is. Zijn keuze komt voort uit G’d, zo zeggen de schriften.

10434522-havana-19-mei-oude-dames-met-sigaren-mei-19-2011-in-havana-iconic-personages-als-deze-zijn-een-attraOok de koning wordt door spiritualiteit gedreven. Door de spiritualiteit van “meer is beter”

Elia wijst met zijn aanwezigheid op de mensen die door de politiek van de koning zwak worden gemaakt. In de bijstand raken. Of buiten beeld vallen.

Bij de koning valt de weduwe uit het beeld. Zijn camera staat er niet op. Hij heeft er geen antenne voor

Bij Elia valt de koning uit beeld. Zijn camera staat op deze vrouw. Hij ziet haar. En hij ziet haar schoonheid.

En dan het wonder: bij de koning is het nooit genoeg en er is altijd tekort. Er moet altijd méér bij.

Bij Elia en de weduwe is er nooit tekort. Want zij hadden genoeg.

Zij zien elkaar.

Goed, blijft dus de vraag: wat zouden wij kunnen doen?

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s